Onze zwemleerlijn
Onze leerlijn bestaat uit drie niveaus, doordacht opgebouwd. Elke oefening staat op de plek waar ze het meeste effect heeft, van voorzichtig en bewust naar vlot en vanzelfsprekend. Hier lees je exact wat je kind in elk niveau leert, in welke volgorde en waarom.

Overzicht van de leerlijn
Drie niveaus leiden naar veilig zwemmen, elk afgesloten met een brevet. Zo werken we gestaag toe naar de drie zwemstijlen schoolslag, rugslag en crawl.
12 doelstellingenWaterwennen
Vertrouwd worden met water, spelend en in het ondiepe bad.
Bekijk dit niveau
16 doelstellingenLeren overleven
Zelfredzaamheid: wat doe je als je onverwacht in het water valt?
Bekijk dit niveau
15 doelstellingenVeilig zwemmen
Rugslag, crawl en schoolslag, telkens 25 meter zonder hulp.
Bekijk dit niveau25 meter rugslag, 25 meter crawl én 25 meter schoolslag, alle drie zonder hulp. Pas dan spreken wij van écht kunnen zwemmen.

Wat leert je kind in waterwennen?

Waterwennen
Voor veel kinderen is dit de allereerste ervaring in het water zonder ouders erbij. Alles draait om vertrouwen opbouwen: pas als een kind zich veilig voelt, kan het echt beginnen leren. We werken uitsluitend spelend, in het ondiepe bad.
Je kind voelt zich op zijn gemak in het water en durft zelfstandig te bewegen, zonder angst.
Om de hoofddoelstelling te bereiken werken we met 12 doelstellingen. Elke doelstelling is een concrete oefening die je kind leert beheersen, van gemakkelijk naar moeilijk. Je kind werkt op eigen tempo en de lesgever volgt elke doelstelling afzonderlijk op.
Vertrouwd raken met water
6 doelstellingen- Zelfstandig het water in via de trap of langs de kant
- Gezicht nat laten worden, water over het hoofd laten lopen
- Bubbelen: rustig uitademen onder water via mond en neus
- Drijven op de rug met ondersteuning van de lesgever
- Verplaatsen in het water met een drijfmiddel
- Voor het eerst kopje-onder gaan met de ogen open
Zelfstandig bewegen
6 doelstellingen- Zelfstandig kort drijven op de rug, zonder hulp
- Zelfstandig drijven op de buik en terugkeren naar de kant
- Eenvoudige beenslag oefenen aan de kant en met een plankje
- Springen vanaf de kant in het ondiepe bad
- Onder water voorwerpen oprapen (oriëntatie)
- Een korte afstand zelfstandig overbruggen, zonder hulpmiddel



Het brevet van niveau 1
Elk kind krijgt een brevet met alle oefeningen van deel 1 en deel 2 afgevinkt. Zo zie je als ouder precies wat je kind al onder de knie heeft.
Wat leert je kind in leren overleven?

Leren overleven
Dit niveau draait om zelfredzaamheid: wat doet je kind als het onverwacht in het water valt? We werken grotendeels in het diepe bad, verspreid over 16 concrete oefeningen in twee delen.
Een kind dat onverwacht in het water valt, brengt zichzelf in veiligheid.
Om de hoofddoelstelling te bereiken werken we met 16 doelstellingen. Elke doelstelling is een concrete oefening die je kind leert beheersen, van gemakkelijk naar moeilijk. Je kind werkt op eigen tempo en de lesgever volgt elke doelstelling afzonderlijk op.
Basis overlevingsreflexen
8 doelstellingen- Diep induiken en zelfstandig terug boven water komen
- Drijven op de rug zonder hulpmiddel, minstens 10 seconden
- Van buik- naar rugligging draaien in het water
- Een paar meter naar de kant zwemmen (overlevingsslag)
- Onder water door een hoepel of obstakel zwemmen
- Te water gaan vanaf de kant, ook met kleren aan
- Een drijvend voorwerp grijpen en ermee naar de kant zwemmen
- Combinatie: springen, draaien, drijven en naar de kant zwemmen
Verdiepen op langere afstand
8 doelstellingen- Langer overlevingszwemmen (5 à 10 m) in het diepe bad
- Een langere afstand onder water afleggen
- Afzetten van de rand en glijden
- Eenvoudige redding: een drenkeling benaderen en begeleiden
- Eerste beentechniek van de schoolslag aanleren
- Ademhaling combineren met voortbeweging
- Zelfstandig een volledige baan afleggen met een combinatie van vaardigheden
- Eindtoets: onverwacht te water gaan en zelfstandig naar de kant zwemmen



Het brevet van niveau 2
Ook hier houden we alle 16 oefeningen uit deel 1 en deel 2 bij op een brevet, zodat je de vooruitgang van je kind goed kan volgen.

Wat leert je kind in veilig zwemmen?

Veilig zwemmen
In dit laatste niveau verfijnen we techniek en bouwen we uithouding op, verdeeld over 3 delen, telkens gericht op één zwemslag.
25 meter rugslag, 25 meter crawl én 25 meter schoolslag, alle drie zonder hulp. Pas dan spreken wij van écht kunnen zwemmen.

Om de hoofddoelstelling te bereiken werken we met 15 doelstellingen. Elke doelstelling is een concrete oefening die je kind leert beheersen, van gemakkelijk naar moeilijk. Je kind werkt op eigen tempo en de lesgever volgt elke doelstelling afzonderlijk op.
Rugslag
5 doelstellingen- Beenslag rugslag met een plankje
- Armbeweging geïsoleerd inoefenen
- Coördinatie van armen, benen en ademhaling
- Rechte lijn zwemmen zonder zicht vooruit
- Opbouw naar 25 m rugslag zonder te stoppen
Crawl
5 doelstellingen- Beenslag crawl met een plankje
- Armbeweging met hoge ellebooginzet
- Zijwaartse ademhaling inoefenen
- Coördinatie van de volledige slag
- Opbouw naar 25 m crawl zonder te stoppen
Schoolslag en combinatie
5 doelstellingen- Beenslag schoolslag (kikkerslag) verfijnen
- Armbeweging en timing arm-been
- Volledige coördinatie met ademhaling boven water
- Uithoudingsvermogen opbouwen
- Eindtoets: 25 m schoolslag, rugslag én crawl na elkaar



Het brevet van niveau 3
Het brevet van dit niveau draait rond de drie zwemstijlen: schoolslag, rugslag en crawl, telkens 25 meter zonder hulp. Pas als alle drie afgevinkt zijn, kan je kind echt zwemmen.

Waarom deze aanpak?
We baseren onze leerlijn niet op onderbuikgevoel, maar op enkele onderbouwde principes uit de bewegings- en ontwikkelingswetenschappen.
Van bewust naar automatisch
Een kind leert een nieuwe beweging in fasen: eerst denkt het na over elke beweging, dan wordt de beweging vloeiender en uiteindelijk gaat ze vanzelf.
Kleine, opeenvolgende doelstellingen
Elke oefening bouwt voort op de vorige en is net moeilijk genoeg om uitdagend te blijven zonder te overweldigen.
Spelend leren
Zeker in het eerste niveau leren jonge kinderen het best via spel, herhaling en positieve ervaringen.
Watervaardigheid als geheel
Écht veilig zijn in het water is meer dan een slag kunnen zwemmen: drijven, oriënteren, ademen, verplaatsen en jezelf redden.
Regelmaat en herhaling
Motorische vaardigheden slijten in door regelmatige, verspreide herhaling, niet door één keer lang te oefenen.
Ieder kind zijn eigen tempo
Geen twee kinderen ontwikkelen even snel. Daarom evalueren we voor elke doorstroom individueel.

Vragen over de leerlijn
Op welk niveau start mijn kind?
Wat is een brevet?
Zwemmen kinderen per leeftijd of per niveau?
Wanneer kan mijn kind echt zwemmen?
Hoe snel gaat mijn kind vooruit?
Inschrijven
Schrijf je kind in voor zwemlessen
Kies je zwembad en de dag die past. Je ziet meteen de uren en of er nog plaats is.